Hoe hoog moet het basisinkomen zijn?

De vraag naar de hoogte van het basisinkomen kan niet beantwoord worden zonder een filosofische onderbouwing te geven.

Politieke uitdagingen en de perceptie van het basisinkomen
Als het basisinkomen wordt gezien als een inkomen dat op solidariteit berust, dan moet de vraag naar de hoogte van het bedrag luiden: hoeveel geld heeft de samenleving over voor de armen? Met een dergelijke definitie kan het moeilijk zijn om een hoger basisinkomen te verkrijgen dan de huidige uitkeringen op het sociale minimum. Welgestelde belastingplichtigen zullen ongetwijfeld een bedrag, dat hun besteedbaar inkomen zou kunnen aantasten, afwijzen.
montant-du-revenu-de-base2
Volgens André Gorz moet het basisinkomen niet opgevat worden als een vorm van bijstand, maar als een ‘vooruitgangsprincipe’.
Door individuen en groepen meer mogelijkheden te geven, stel je hen in staat om alternatieve vormen van productie te ontwikkelen, meer zinvolle, zonder dat zij zich om de winstgevendheid hoeven te bekommeren. Dat is de reden waarom André Gorz een basisinkomen wenste dat voldoende zou zijn “om werk te weigeren waarbij de arbeidsomstandigheden ‘onwaardig’ zijn.”[1]
emancipation-des-travailleurs
De beoordeling van het basisinkomen door draagkrachtige belastingbetalers zou kunnen veranderen, als ze beseffen hoezeer het basisinkomen een instrument tot zelfstandigheid is (ook voor hun eigen volwassen kinderen) en hoe deze onafhankelijkheid al dan niet aanjager kan zijn van voorspoed en handel. Om de beeldvorming te veranderen zal het demografische en politieke gewicht van de groeperingen, die dankzij het basisinkomen de toon aangeven, doorslaggevend zijn. Het zal afhangen van vernieuwers en jonge ondernemers, pioniers van de collectieve economie, burgers betrokken bij de lokale gemeenschap of activisten, vrijwilligers werkzaam bij verenigingen of andere culturele projecten of bij het algemeen onderwijs, enz.

Kan het basisinkomen te hoog zijn?
Het is waar, dat een te hoog basisinkomen dat ook te bruusk wordt ingevoerd, de bestaande economie zou kunnen verstoren. Stel je voor dat werknemers hun huidige ondernemingen massaal ontvluchten, dat kan leiden tot inkrimping van de productie. En er is niets dat er op wijst dat alternatieve vormen van productie soelaas kunnen bieden.[2] Tekorten en een daling van de belastinginkomsten zouden het gevolg zijn.
We moeten deze doemscenario’s ook weer niet overdrijven. De verwachting is niet dat veel werknemers hun baan gaan opzeggen, zelfs niet met een basisinkomen, omdat de meesten niet tevreden zullen zijn met alleen een basisinkomen. Desalniettemin zijn werknemers met een basisinkomen vrij om te onderhandelen over een hoger salaris. Dit zou de prijsconcurrentie tussen landen kunnen verminderen als naburige landen er niet toe over gaan een vergelijkbaar basisinkomen in te voeren.[3]
cohesion-sociale-en-europe
Dit is de reden dat een hoog basisinkomen niet door een enkel land gerealiseerd kan worden. Daarom ook zijn de voorstellen voor een Europees basisinkomen heel belangrijk.
cohesion-sociale
Toereikend: een vaag begrip
Opgemerkt moet worden dat het begrip ‘toereikend’ te vaag lijkt om de hoogte van het basisinkomen te bepalen. Bovendien heeft André Gorz zelf zich nooit willen uitspreken over de hoogte van het basisinkomen, vooral omdat hij een nogal sobere levensstijl verdedigde. Het is ook belangrijk zich te realiseren dat een inkomen, dat hoog genoeg is voor een zelfstandig leven, afhankelijk is van woonplaats of samenlevingsvorm. De kosten van levensonderhoud zijn in Parijs hoger dan in de provincie. Ook zal het basisinkomen een stel dat onder hetzelfde dak woont of huisgenoten een grotere onafhankelijkheid geven (omdat iedereen het basisinkomen ontvangt) dan een volwassene die alleen woont.[4] Welk referentiekader moet men dan aanhouden om te bepalen wat een voldoende hoog niveau voor het basisinkomen is: het individu dat alleen leeft in Parijs of het echtpaar dat in Limoges woont?[5]

Het basisinkomen is de rente, die ons gemeenschappelijk kapitaal oplevert
De vraag naar de hoogte wordt anders als je het basisinkomen opvat als het product van ons gemeenschappelijk erfgoed. Waar komt dit idee vandaan?
Het gevolg van de technologische vooruitgang is dat steeds meer werknemers of zelfstandigen vervangen worden door machines of software. En niet alleen werknemers aan de lopende band, maar ook callcenter medewerkers, accountants, sommige beroepsgroepen in de communicatie en bij redacties, boekhandelaren, makelaars, enz. Volgens een studie uitgevoerd door Carl Benedickt Frey en Michael A. Osborne, twee onderzoekers van Harvard, kan binnen 20 jaar 47 procent van het werk worden vervangen door computers.[6] Dit levert enorme productiviteitswinsten op, waarvan de baten (de inkomsten) zeer slecht verdeeld zijn. Degenen die de vruchten plukken van de automatisering zijn in de eerste plaats de aandeelhouders van enkele bedrijven, die op het juiste moment instapten en een paar hoogopgeleide werknemers.[7] De verliezers vind je bij het grootste deel van de werknemers, die hun banen bedreigd zien.


Vandaar dat sommige economen (Sismondi, Meade, Jorion) een basisinkomen verdedigen als middel om de groei van de productiviteit beter te verdelen: een deel van de opbrengst van het productiekapitaal zou moeten terugkeren naar de gemeenschap. James Meade (1907-1995) vindt zelfs dat een deel van het productief erfgoed behoort tot ons gemeenschappelijk bezit wat ons allen een inkomen kan verschaffen.[8] Volgens deze redenering kan het basisinkomen stijgen met de technologische vooruitgang door de waarde die het toevoegt en zou het een eventuele daling van het aandeel van het inkomen uit arbeid kunnen compenseren.
Uiteraard moeten, voordat een dergelijk basisinkomen het licht kan zien, de krachtsverhoudingen tussen de politieke macht en het kapitaal omgedraaid worden.
fin-de-paradis-fiscal
In een tijd waarin grote, internationaal opererende bedrijven profiteren van de belastingconcurrentie, waarin landen (vooral in Europa) zich gestort hebben, door zo weinig mogelijk belasting te betalen, is het daarom noodzakelijk dat staten hun fiscaal beleid harmoniseren om het machtsevenwicht te herstellen – of zelfs Europese belastingen in het leven roepen. Daarbij zijn de opbrengsten uit kapitaal, zelfs bij een belastingaanslag van 100%, onvoldoende voor de financiering van een hoog basisinkomen voor iedereen. Let wel, de automatisering doet ook zijn voordeel met bepaalde geschoolde werknemers zoals ingenieurs en leidinggevenden. Een deel van de financiering van het basisinkomen zal dus opgebracht moeten worden door een heffing op het inkomen van werknemers die het meeste garen hebben gesponnen bij de automatisering … of door te bevorderen dat hun werk herverdeeld wordt.

Dit artikel is geschreven door Jean-Éric Hyafil en eerder gepubliceerd als ‘La Question du Montant’ in L’Inconditionnel, de eerste Franstalige krant geheel gewijd aan het basisinkomen (december 2014). Zie www.linconditionnel.info (pdf); contact: contact@linconditionnel.info

Uit het Frans vertaald door © Florie Barnhoorn


1. André Gorz, Misères du présent, richesse du possible, 1997. (Armoede nu, overvloed onder handbereik.)
2. Het is de vraag in hoeverre de productie van gratis software de in geld uitgedrukte productie mag vervangen zonder de fiscale bases van het basisinkomen te zeer aan te tasten.
3. Het basisinkomen kan ook vernieuwers stimuleren om nieuwe producten voor de export te ontwikkelen om zo het evenwicht op de handelsbalans weer te herstellen. Het is altijd moeilijk om te anticiperen op de economische gevolgen van een maatregel die zo fundamenteel anders is als het basisinkomen.
4. Volgens de berekeningsmethode van INSEE (Institut National de la Statistique et des Études Économiques) is armoede voor een paar gelijk aan 1,5 keer de armoedegrens voor een alleenstaande.
5. Het kan ook zijn dat het basisinkomen juist meer mensen zal aanmoedigen om de grote steden, waar de banen zijn geconcentreerd, maar waar het leven duur is, de rug toe te keren om zich in kleinere stadjes te vestigen waar het leven goedkoper is, en zo bij te dragen aan de opleving van hun economische activiteit.
6. http://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/downloads/academic/The_Future_of_Employment.pdf.
7. Het gaat vaak om wereldwijde monopolies. In het tijdperk van internet en globalisering wint het bedrijf met de meest gewenste innovatie vaak de hele markt en zal het ook de meeste winst kunnen verdelen. Dit is het principe van ‘the winner takes all’.
8. In zijn werk over de ideale samenleving Agathatopia (Liberty, Equity, Efficiency, 1993; Vrijheid, Rechtvaardigheid, Efficiëntie.)