Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers

Tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Basisinkomen op 7 mei 2017 gaf Sjir Hoeijmakers een presentatie over de experimenten met een ‘basisinkomen’. Hier is de video-opname van de lezing te zien. Hij wil benadrukken dat het geen experimenten met een echt basisinkomen zijn, die zijn er eigenlijk nooit geweest (afhankelijk van je definitie van een basisinkomen). Het zijn experimenten in de richting van een basisinkomen. Ze onderzoeken aspecten van een basisinkomen, waardoor je cruciale factoren kan identificeren, de discussie verder kunt brengen en belangrijke bevindingen alvast kan implementeren. Experimenten met een ‘echt’ basisinkomen zijn er eigenlijk niet en of die er ooit zullen komen is maar de vraag.

experimenten-sjir-hoeijmakers

Sjir Hoeijmakers

De proeven met de bijstand in Nederland komen vanuit gemeentelijke initiatieven. Gemeenten gaan in Nederland niet over het inkomensbeleid en de belastingen (behalve de gemeentebelastingen), maar wel over de sociale zekerheid, met andere woorden zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet is in de plaats gekomen van de Wet werk en bijstand (Wwb). Voor mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering zou het basisinkomen een groot verschil uitmaken. Voor andere groepen zou dit ook gelden, maar in de bijstand zit een doelgroep die echt lijdt onder het huidige systeem. De centrale vraag bij deze experimenten is vooral of uitkeringsgerechtigden actiever, gezonder en gelukkiger worden als ze vrijer worden gelaten.
 
Stand van zaken

Hoeijmakers is verheugd dat na lang lobbyen van gemeenten bij landelijke politici er nu eindelijk de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ligt, opgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De AMvB is een document waarin staat beschreven aan welke voorwaarden een experiment moet voldoen om toestemming van het ministerie te krijgen om een uitzondering op de wet te mogen maken. Een gemeente kan bijvoorbeeld vragen om tijdelijk de sollicitatieplicht op te schorten of mensen naast de bijstandsuitkering meer te laten bijverdienen. Helaas is de AMvB een speelbal van de politiek geworden, waardoor er extra eisen aan zijn toegevoegd en compromissen zijn gesloten waarbij het de vraag is of daar nog echt heel goede experimenten van te maken zijn.

Voorwaarden zijn bijvoorbeeld:

  • er mag maar een korte tijd geëxperimenteerd worden;
  • als mensen te weinig moeite doen om aan het werk te komen, kunnen zij uit het experiment gezet worden, wat eigenlijk het hele experiment een beetje raar maakt.

Allemaal kleine irritante beperkingen die het heel moeilijk maken om een goed wetenschappelijk en ambitieus project op te zetten. Gelukkig kunnen gemeenten er ook weer omheen.

In het vorige kabinet was het erg moeilijk om de AMvB voor elkaar te krijgen. De Kamer was wel voor, maar het kabinet niet. Vooral de VVD lag dwars. Het zijn vaak een paar personen, legt Hoeijmakers uit, die het idee dragen of tegenwerken. Gelukkig heeft een aantal gemeenten er voor gekozen om toch door te gaan en er het beste van te maken. Heel veel gemeenten zijn ook afgehaakt vanwege alle moeilijkheden. Er kwam ook geen enkele hulp vanuit de landelijke overheid wat je wel zou verwachten na alle retoriek over decentralisatie en het openstaan voor experimenten. Je zou verwachten dat Kabinet en Parlement naast de gemeenten gaat staan, een stimulerende rol speelt, met geld over de brug komt en voor een goede afstemming en een goede wetenschappelijke coördinatie zorgt. Dit is tot nu toe niet zo geweest. Er is bijvoorbeeld geen extra geld beschikbaar gesteld, gemeenten moeten alles zelf betalen, er zijn alleen voorwaarden gesteld aan wat wel of niet mag gebeuren.

  • inmiddels hebben zeven gemeenten een aanvraag ingediend. Drie gemeenten Wageningen, Tilburg en Groningen hebben dat in april gedaan. Andere gemeenten konden vanaf 1 mei hun voorstel indienen. Utrecht heeft de aanvraag opgeschort omdat het ministerie nog aanvullende vragen bij het ontwerp had na Kamervragen van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer;
  • acht gemeenten twijfelen nog;
  • dertig gemeenten overwegen alternatieven, zoals Terneuzen. De gemeenteraad van deze Zeeuwse stad had een mooie juridische omweg rondom de Participatiewet gevonden om toch een experiment te kunnen doen maar – nadat het idee op het 8-uur Journaal was geweest – bleken politici in het kabinet en in de Tweede Kamer toch niet zo gecharmeerd van het idee.

Het opstellen van een aanvraag op basis van de AMvB vereist een behoorlijke dosis creativiteit. Sommige gemeenten maken gebruik van het maatwerk-artikel in de Participatiewet, dat zegt, dat bijstandsgerechtigden in individuele gevallen ontheffing kunnen krijgen van bijvoorbeeld de sollicitatieplicht. Maar dat artikel mag je niet inzetten voor een hele groep mensen. Dat had Utrecht gedaan en daarom is het voorstel terugverwezen door het ministerie.

Een paar dagen na de Hoeijmakers’ presentatie ontvingen 7 gemeenten, waaronder Tilburg, een brief dat zij “vooralsnog geen ruimte voor hun experimenten krijgen.” De verantwoordelijk wethouder in Tilburg, Erik de Ridder (CDA), die al sinds 2015 onderhandelt met het ministerie, reageerde volgens het Brabants Dagblad furieus: “Dit komt als een donderslag bij heldere hemel!” Ook Amsterdam, dat geen verplichte tegenprestatie van uitkeringsgerechtigden eist, heeft op ‘ambtelijk niveau’ te horen gekregen dat haar voorstel voor een experiment niet zal worden gehonoreerd, omdat de plaatselijke verordening – iedere gemeente is volgens de Participatiewet verplicht een verordening op te stellen waarin zij aangeeft hoe ze deze wet gaat uitvoeren – niet in orde is. De Amsterdamse wethouder voor Werk, Inkomen en Participatie, Arjan Vliegenthart (SP) is eveneens boos. In het NRC laat hij weten „Ik heb de bezuinigingen die het Rijk ons heeft opgelegd uitgevoerd, nu vraag ik ook de beleidsruimte die erbij hoort. De staatssecretaris kan de boom in. Wij gaan het experiment beginnen”.

experimenten-sjir-hoeijmakers Vijf en veertig gemeenten zijn op de één of andere manier nog bezig met het opzetten van een experiment met een regelluwe bijstand. Sommigen echt vanuit de overtuiging dat zij een basisinkomen willen testen en het eigenlijk het liefst zouden willen invoeren. Sommigen meer vanuit de lokale problematiek gedacht, omdat ze zien dat de bijstand in zijn huidige vorm niet werkt en dat zij daar sowieso iets mee moeten doen.
Je kan het jammer vinden, meent Hoeijmakers, dat er zo weinig is overgebleven van de aanvankelijke ambities. Aan de andere kant zijn er nog steeds gemeenten die, ondanks alle moeilijkheden, deze experimenten heel graag willen en vastbesloten zijn er mee door te gaan. Dat is ook wat hij gemeenten adviseert … gewoon aan de slag gaan en zoveel mogelijk pakken wat er te pakken is. “Ik ben benieuwd hoe het landschap er wat dit betreft over drie jaar uitziet,” voegt hij er aan toe.

En nog steeds komen er nieuwe gemeenten bij. Soms wordt hij door een enthousiast raadslid gebeld “Oh, ik wil een experiment doen met een basisinkomen”. Dan moet ik hem of haar vaak een beetje teleurstellen, zegt hij, waarschuwen voor het gedoe met de AMvB nu. Dat is echt te veel voor een kleine gemeente. Maar houd je ogen en oren goed open, want wat gaat de volgende regering doen? Dat is heel onzeker. Volgens Alexander de Roo is er bij partijen als GroenLinks en D66 wel de wil voor experimenten, maar in hoeverre die wens gehonoreerd wordt aan de onderhandelingstafel is een tweede. Ook hier hangt het af van de personen die daar zitten. Maak je je er sterk voor of ga je het uitruilen voor andere wensen.

Iemand uit de zaal merkt op dat Mark Rutte als twintiger voor een basisinkomen was. Volgens Hoeijmakers is er ook geen reden voor de VVD om tegen een basisinkomen te zijn, het is maar net hoe het geframed wordt, hoe je het neerzet. Onlangs heeft hij een filmpje opgenomen op het wetenschappelijk bureau van de VVD over de vraag hoe je het basisinkomen zou kunnen inpassen in het liberale gedachtegoed. Het hangt heel erg af van de personen die in de Kamer of in de regering zitten en hoe ze de framing oppakken. De VVD is een beetje schrik aangejaagd door het idee van ‘gratis geld’. Hoeijmakers heeft ook in Bloemendaal (een gemeente met veel VVD-stemmers) een praatje gehouden voor de Rotary en daar stond men echt open voor een aantal argumenten, in ieder geval voor experimenten. Je moet wel uitkijken dat je niet in een gevecht om principes terecht komt van ‘voor wat hoort wat’, merkt hij op. Als je op rustige toon uitlegt wat de experimenten inhouden, wat de ideeën achter het basisinkomen zijn, wat het voor ondernemers kan betekenen, voor de complexiteit bij de overheid, dan zijn er ook voorstanders te vinden bij de VVD. Wat dat betreft is het ook belangrijk wat er in het buitenland gebeurt. Als politici zien dat het in andere landen heel normaal is om te experimenteren met elementen van een basisinkomen, dat het allemaal niet zo eng is, zullen ze op een dag zeggen: “Natuurlijk zijn we daarvoor”.

experimenten-sjir-hoeijmakers

Experimenten met een basisinkomen in andere landen

Hoeijmakers is daar echt enthousiast over. De ontwikkelingen in Nederland vindt hij bemoedigend, hoewel ze misschien pas in de late herfst van dit jaar starten. De grootste impact die de Nederlandse experimenten tot nu toe gehad hebben, is dat ze zoveel aandacht in de internationale media getrokken hebben. In alle lijstjes met landen die een experiment doen met een basisinkomen wordt Nederland en/of Utrecht genoemd. Het effect is wel dat het idee in andere landen ook gaat leven. En als wij naar die artikelen kijken wordt het voor ons ook weer normaler. Dat is een groot en niet te onderschatten effect. Hij noemt de hoogste ambtenaar van Economische Zaken in India als voorbeeld.
 
Finland

  • het experiment is in januari 2017 begonnen;
  • er is veel kritiek op, ook in Finland zelf; het is top-down, het wordt vanuit de landelijke overheid gedistribueerd; die wil weten of langdurig werklozen gemotiveerder solliciteren met een basisinkomen dan met een werklozenuitkering. Bij de laatste word je namelijk gekort op je uitkering als je werkt;
  • 2000 mensen die gebruik maken van de sociale zekerheid en die bij Kela staan ingeschreven (vergelijkbaar met het UWV) krijgen nu een onvoorwaardelijk basisinkomen van 560 euro per maand. Dat is geen vetpot, maar het is een begin. Het is een normale uitkeringshoogte voor mensen in Finland.

Er is geen ‘clawback’ (cb), dat wil zeggen als je naast het basisinkomen gaat bijverdienen dan raak je niets van het basisinkomen kwijt; je houdt je basisinkomen altijd, ook als je een baan krijgt of bijklust naast het basisinkomen. De duur van het experiment is 2 jaar. Men denkt bij Kela al na over een verlenging en uitbreiding van het experiment, met meer groepen bijvoorbeeld. Ondanks alles wat er op aan te merken is, is het belangrijk dat het begonnen is.
 
Ontario

Een mooie recente ontwikkeling, vindt Hoeijmakers, de ontwikkelaars van het experiment zijn serieus, ze willen op de lange termijn echt een basisinkomen invoeren. Anders dan in Nederland (en ook Finland) werken overheden mee in Ontario. De overheid heeft een website gemaakt voor het experiment waarin ze haar inwoners inlicht over wat er gaat gebeuren met het basisinkomen. Finland en Ontario presenteren hun project als een ‘basisinkomen’.

  • 4000 deelnemers; ook mensen die minder dan 2000 euro per maand verdienen kunnen meedoen. Men gaat loten tussen alle mensen die in aanmerking komen voor deelname. Zij krijgen een uitnodiging, waarna ze zich kunnen aanmelden. Zie voor meer informatie over de onderzoeksopzet hier;
  • de duur van het project is 3 jaar; het basisinkomen is gelijk aan ongeveer 1000 euro per maand per individu (ongeveer $ 1600 Canadese dollars), een stel krijgt 1,5 keer zoveel. Je hebt een clawback van 50% dus van elke euro die je extra verdient, houd je 0,5 euro over. Het experiment lijkt dus meer op een experiment met een negatieve inkomstenbelasting dan met een basisinkomen. Mensen met een arbeidsbeperking krijgen daar 500 dollar bovenop.
  • bij het meten van de succescriteria kijkt men echt in de breedte. Ontario wil alternatieven testen voor de huidige sociale bijstand en kijken of deze een positieve uitwerking hebben op gezondheid, werk en wonen en bestaanszekerheid;
  • het project is ook geografisch goed doordacht: één experiment gebeurt in een grote stad, één op het platteland en één in een middelgrote stad; aan het einde van de lente beginnen de twee steden en in de herfst start de derde studie.

Kenia

Een heel mooi en ambitieus project, vindt Hoeijmakers. Zesduizend mensen zullen gedurende 12 jaar een basisinkomen ontvangen via GiveDirectly. Uiteindelijk zullen in totaal 26000 mensen meedoen aan de experimenten. Er zitten ook andere groepen in, een controlegroep, maar ook mensen die in plaats van een volledig basisinkomen direct een grote som geld krijgen en dit kunnen gebruiken voor de langere termijn en mensen die een basisinkomen voor 2 jaar krijgen.
Het bedrag dat de deelnemers krijgen is 20 euro per maand. Voor deze mensen, die in extreme armoede leven, maakt dit een enorm verschil. Er is geen clawback, dat wil zeggen, er wordt niet gekort op het basisinkomen als zij gaan werken.
Heel inspirerend en een revolutie in ontwikkelingswerk. Het zegt iets over de manier waarop je met mensen omgaat en naar mensen kijkt. Het is niet één op één te vergelijken met de situatie hier, maar wel enigszins. Geef je de mensen vrijheid om hun eigen keuzes te maken. Dat doe je niet door te zeggen, hier heb je een geit, een waterput, schooluniformen of zoals in Nederland “solliciteer, solliciteer, solliciteer” of geef je mensen het vertrouwen dat zij zelf dingen oppakken en daar iets moois van maken.
Het project krijgt wereldwijd veel publicitaire aandacht, er wordt veel onderzoek verricht. Er wordt echt nagedacht hoe op de meest effectieve manier levens verbeterd kunnen worden in de wereld.
 
Oakland initiatief van Y Combinator

De initiatiefnemers, waaronder Sam Altman, directeur van Y Combinator, en andere technologie-reuzen uit Silicon Valley, wilden een experiment naar een basisinkomen vooral in verband met ontwikkelingen in de technologie, zoals automatisering en op de langere termijn kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, afgekort AI). Als door technologische ontwikkelingen veel banen verdwijnen, moeten we naar alternatieven kijken, besloten ze. Men is al begonnen met het experiment in Oakland, Californië, vlakbij San Francisco. Precieze details zullen waarschijnlijk binnenkort naar buiten komen. Dit experiment kan interessant zijn voor VVD-kiezers omdat het is opgestart vanuit de private hoek.

Na een opmerking uit de zaal dat de koffie koud staat te worden komt Hoeijmakers tot enkele conclusies. Ondanks alle haken en ogen gaat het de goede kant op met de experimenten. Hij somt er een paar op: verschillende benaderingen; veel nuance; vergeleken bij 1, 2, 3, 4 jaar geleden en nu zie je echt een opwaartse trend; naast tegenslagen komen er ook weer nieuwe initiatieven op.

Robin Ketelaars noemt enkele kleinschalige experimenten onder andere Mein Grundeinkommen dat enkele jaren geleden is opgericht door een jonge Duitser, Michael Bohmeyer. Hij zamelde zijn eigen basisinkomen bij elkaar. Inmiddels heeft de organisatie 89 basisinkomens verloot. De winnaar krijgt 1000 euro per maand gedurende een jaar. In Nederland is er OnsBasisinkomen.nl dat tweemaal een basisinkomen heeft verloot. Anne van Dalen was de tweede winnares. Zij is nu bezig met een crowdfunding voor een tweede jaar.
Hoeijmakers is ervan overtuigd dat deze experimenten en andere burgerinitiatieven ook heel belangrijk zijn, het zijn inspirerende voorbeelden en de verhalen erover dragen misschien wel meer bij aan de acceptatie van een basisinkomen dan de ‘droge, wetenschappelijke experimenten’. Punt is alleen dat uit deze experimenten geen wetenschappelijke conclusies getrokken mogen worden omdat de doelgroep aselect is samengesteld, dat wil zeggen, de deelnemers zijn voor de aanvang van het project al voor een basisinkomen.

Hoeijmakers vat de positieve effecten van de experimenten met een basisinkomen als volgt samen:

  • er komen nog steeds initiatieven bij;
  • initiatieven blijven sterk variëren, zowel wat betreft invalshoek als aanpak;
  • je hebt lokale experimenten (Nederland), op provinciaal niveau (Ontario), op staatsniveau (Finland), privaat (Y Combinator) en in de goede doelensfeer vooral in ontwikkelingslanden (GiveDirectly, diverse NGO’s);
  • diversiteit is heel belangrijk, omdat het de kans vermindert dat het met een minder geslaagd experiment direct afgeserveerd wordt. Al die verschillende mensen, in verschillende situaties, al die verschillende manieren maakt mogelijk dat men kan zoeken naar de beste modellen zonder dat een project direct als mislukt wordt beschouwd;
  • verschil zit er ook in de resultaten die je gaat meten en in de kwaliteit, breedte en diepte van het onderzoek. In Finland bijvoorbeeld ligt de nadruk erg op de complexiteit van het sociale zekerheidssysteem en hoe je de armoedeval weghaalt door mensen betere vooruitzichten te bieden op betaald werk juist door hen daarvoor als opstap een basisinkomen te geven. In Ontario wil men breed gaan testen op ‘geluksfactoren’: welke effecten van een basisinkomen zien we op welbevinden en gezondheid van burgers? Bij GiveDirectly test men meer op ondernemerschap in kleine gemeenschappen en hoe mensen het heft in eigen hand nemen om uit de armoede te komen. Al die verschillen is momenteel de grootste kracht van de experimenten, het maakt de ontwikkelingen ook duurzamer.
  • de initiatieven worden ambitieuzer. Het zijn niet zomaar losse ideeën. Het is beleid dat door overheden wordt uitgewerkt zoals de Finse en die van Ontario. Er wordt kwalitatief goed onderzoek verricht door topwetenschappers uit de hele wereld. Kijk maar naar Y Combinator en GiveDirectly die de grootste namen van MIT en Harvard op het gebied van ontwikkelingssamenwerking erbij betrekt;
  • de inhoudelijke eigenschappen worden ook steeds mooier;
  • aantal deelnemers stijgt 2000 – 4000 – 6000;
  • je ziet varianten in de hoogte van het basisinkomen;
  • er wordt niet alleen naar kleine verbeteringen gekeken, zoals in Nederland waar men uiteindelijk slechts kleine stapjes zet binnen het kader van de Participatiewet, maar ook naar de toekomst. Men wil een nieuw toekomstperspectief vinden, omdat de huidige modellen van sociale zekerheid ons niet meer passen;
  • er wordt gepleit voor langer durende experimenten. Finland is als eerste begonnen met 2 jaar, daarna zie je bij andere experimenten een uitbreiding wat belangrijk is voor de uitkomsten.

Misschien komen er nog meer initiatieven, het zou zomaar kunnen. Misschien wordt het basisinkomen in de komende 5 of 10 jaar echt ergens ingevoerd. Het wordt langzamerhand niet meer zo onrealistisch om dat te zeggen. De toon van de conversatie is, zeker internationaal gezien, erg aan het veranderen. Dat is prachtig om te zien.

Florie Barnhoorn
mei 2017

Video-opname en foto’s: Hans Lindeijer

Betrokkenen kritisch over het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet

more-research

Op de laatste vrijdag in september 2016 besloot de Nederlandse regering om experimenten met een ‘regelarme’ bijstand op beperkte schaal en onder strikte voorwaarden mogelijk te maken. Mevrouw Jetta Klijnsma (PvdA), Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft daartoe het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet naar de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. In het besluit staat een overzicht van de doelstellingen, voorwaarden en regels. Zodra de beide Kamers van het parlement akkoord zijn met het voorgestelde kader, zal de staatssecretaris toestemming geven om met de experimenten te beginnen. Misschien al vanaf 1 januari 2017.

Veel betrokkenen bij de experimenten (wetenschappers, activisten, gemeenteraadsleden, wethouders, ambtenaren) zijn kritisch over het Ontwerpbesluit. Om aan de bezwaren van vooral de VVD (een notoire tegenstander van een basisinkomen) tegemoet te komen, is de oorspronkelijke opzet van de experimenten drastisch gewijzigd.

In het nu geformuleerde Ontwerpbesluit wil de Staatssecretaris antwoord op de volgende vragen:

  • in hoeverre leidt de interventie (de beleidsmaatregel) in de onderzoeksgroepen tot regulier, betaald werk en
  • tot volledige onafhankelijkheid van de bijstandsuitkering?

Een maximum van 25 gemeenten, of 4% van het totaal aantal Nederlandse bijstandsgerechtigden, mogen deelnemen aan de experimenten. Volgens Statline (de elektronische databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek), ontvingen in december 2015 546.090 mensen een bijstandsuitkering; ongeveer 21.843 mensen kunnen dus deelnemen aan de experimenten. Alleen gemeenten die de Participatiewet naar de letter uitvoeren mogen meedoen aan de experimenten. De duur van het project is vastgesteld op twee jaar. Betrokkenen bekritiseren dit als ‘te kort’.

Elk experiment kan bestaan uit zes groepen. Grotere gemeenten maken gebruik van alle zes de groepen, voor kleinere gemeenten zijn drie voldoende. Bijstandsgerechtigden worden willekeurig toegewezen aan een van de volgende groepen:

  • Een groep die is vrijgesteld van formele verplichtingen om werk te vinden. Dit is de ‘ontheffingsgroep’. Zij worden tijdens de experimenteerperiode niet onderworpen aan sancties die normaal worden uitgedeeld als de gemeente vindt dat een persoon in gebreke blijft bij het zoeken naar betaald werk. Echter, na zes en eventueel opnieuw na twaalf maanden, controleert de gemeente of de deelnemer voldoende inspanningen heeft geleverd om betaalde arbeid te vinden. Wanneer iemand te weinig activiteiten heeft ondernomen, wordt hij of zij uit het experiment gezet;
  • Een groep, de ‘intensiveringsgroep’, die tijdens de experimenteerperiode te maken zal krijgen met extra verplichtingen en taken richting werk en re-integratie op de arbeidsmarkt. (Hier een inkijkje in de ‘producten’ die bijvoorbeeld de gemeente Noord-Beveland op dit punt te bieden heeft). In de praktijk zal dit neerkomen op minstens een verdubbeling van het aantal contacten met ambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet;
  • Een groep, de ‘vrijlatingsgroep’, die toegestaan wordt om naast hun bijstandsuitkering 50 procent van hun inkomsten uit arbeid te houden met een maximum van 199 euro per maand voor alleenstaanden en 142 euro voor gehuwden. Dat is slechts € 71,- per persoon voor iemand die gehuwd is en minder dan het wettelijk minimumloon waarom betrokkenen gevraagd hadden;
  • Een combinatie van bovenstaande groepen, waarbij de eerste twee groepen (de ontheffingsgroep en de intensiveringsgroep) altijd gecombineerd moeten worden in een experiment;
  • Een controlegroep;
  • Een referentiegroep bestaande uit bijstandsgerechtigden die in dezelfde gemeente wonen, maar niet deelnemen aan het experiment.

Bijstandsgerechtigden ondertekenen een verklaring waarin staat dat hun deelname geheel vrijwillig is. Het is echter verboden om tijdens het experiment te stoppen. Deelnemers zullen gedurende het project hun normale uitkering blijven ontvangen (Sjir Hoeijmakers, e-mail communicatie).

Betrokkenen blijken niet blij met het voorgestelde raamwerk voor de experimenten. In een brief, gericht aan de volksvertegenwoordigers in de beide Kamers, betogen wetenschappers van de vier samenwerkende universiteiten (Tilburg, Utrecht, Groningen en Wageningen), dat betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek binnen het voorgestelde kader niet kan worden gedaan.

Zo heeft Professor Dr. Ruud Muffels van de Universiteit van Tilburg kritiek op de introductie van een groep met meer overheidscontrole. “De gevolgen van sancties zijn uitgebreid onderzocht. Ik vraag me af wat deze ingreep toevoegt. Wat wil je weten? Het zal ook de interpretatie van de resultaten van het onderzoek bemoeilijken. Als vrijheid gevolgen heeft … De deelnemer kan na een jaar worden uitgesloten van het experiment wanneer hij of zij ‘niet ‘actief genoeg’ is bij het zoeken naar een betaalde baan. Dus deze lijn van onderzoek kan niet getest worden. Het kan ook zorgen voor een ethisch dilemma, want we zijn op zoek naar vrijwilligers voor het onderzoek, en we moeten de consequenties van hun deelname voor hen verduidelijken.” Betrokkenen vrezen dat hierdoor potentiële deelnemers zullen afzien van deelname aan de experimenten.

De onderzoekers roepen Kamerleden op aandacht te besteden aan hun bezwaren wanneer het Ontwerpbesluit met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt besproken in de parlementaire commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Divosa (Vereniging van Leidinggevenden in het Sociale Domein) zet ook vraagtekens bij de waarde van de experimenten. “Het is moeilijker om de effecten van de experimenten te meten, want er zijn meer beperkingen dan in het oorspronkelijke plan. Experimenten met een parttime baan, het starten van een bedrijf, de zorg voor kinderen of andere familieleden mogen niet. Gezien de verhoudingen in de huidige coalitie denk ik, dat dit nu het hoogst haalbare is. Maar we hopen op een vervolg,” zegt vice-president Jellemiek Zock.

Een andere belanghebbende voegt toe: “We wilden een eenvoudige proef op basis van vertrouwen in plaats van op repressie. We wilden uitkeringsgerechtigden meer vrijheid, meer keuze, meer koopkracht geven. Nu zitten we met een flinke hoop ingewikkelde regels. Wat overblijft is een puzzel, die het moeilijk maakt om de experimenten vorm te geven en de resultaten te begrijpen. Maar we zijn blij dat we kunnen beginnen.”

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is wel tevreden: het voorgestelde ‘Ontwerpbesluit voor Experimenten in het kader van de Participatiewet‘ is nog mijlenver verwijderd van een echt onvoorwaardelijk basisinkomen.


Dit artikel is een verkorte versie van NETHERLANDS: Design of BI Experiments Proposed.

Na publicatie op Basic Income News van het Engelstalige artikel op 26 oktober 2016 zijn de ontwikkelingen doorgegaan. Hierbij enkele aanvullingen.

  • Eind oktober (25/10) hebben 11 wethouders in het sociale domein een open brief gestuurd aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met daarin een oproep om het ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet’ aan te passen.
  • De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 27 oktober 2016 overleg gevoerd met mevrouw Klijnsma, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over het ontwerpbesluit ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet‘. Het conceptverslag van deze vergadering is hier te lezen.
  • Sjir Hoeijmakers tweette op 28-10-2016: «Goede, sterke reactie vanuit de Kamer gisteren! Dit kan zo niet.»
  • Dinsdag 8 november 2016 wordt er gestemd over het Ontwerpbesluit (email Alexander de Roo, voorzitter Vereniging Basisinkomen).

N.B. Even iets anders. Op 4 november 2016 staat de teller bij Basisinkomen2018 op 60.026 handtekeningen. De petitie kan hier nog steeds getekend worden ! Op naar de 100.000 !!

Florie Barnhoorn