Betrokkenen kritisch over het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet

more-research

Op de laatste vrijdag in september 2016 besloot de Nederlandse regering om experimenten met een ‘regelarme’ bijstand op beperkte schaal en onder strikte voorwaarden mogelijk te maken. Mevrouw Jetta Klijnsma (PvdA), Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft daartoe het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet naar de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. In het besluit staat een overzicht van de doelstellingen, voorwaarden en regels. Zodra de beide Kamers van het parlement akkoord zijn met het voorgestelde kader, zal de staatssecretaris toestemming geven om met de experimenten te beginnen. Misschien al vanaf 1 januari 2017.

Veel betrokkenen bij de experimenten (wetenschappers, activisten, gemeenteraadsleden, wethouders, ambtenaren) zijn kritisch over het Ontwerpbesluit. Om aan de bezwaren van vooral de VVD (een notoire tegenstander van een basisinkomen) tegemoet te komen, is de oorspronkelijke opzet van de experimenten drastisch gewijzigd.

In het nu geformuleerde Ontwerpbesluit wil de Staatssecretaris antwoord op de volgende vragen:

  • in hoeverre leidt de interventie (de beleidsmaatregel) in de onderzoeksgroepen tot regulier, betaald werk en
  • tot volledige onafhankelijkheid van de bijstandsuitkering?

Een maximum van 25 gemeenten, of 4% van het totaal aantal Nederlandse bijstandsgerechtigden, mogen deelnemen aan de experimenten. Volgens Statline (de elektronische databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek), ontvingen in december 2015 546.090 mensen een bijstandsuitkering; ongeveer 21.843 mensen kunnen dus deelnemen aan de experimenten. Alleen gemeenten die de Participatiewet naar de letter uitvoeren mogen meedoen aan de experimenten. De duur van het project is vastgesteld op twee jaar. Betrokkenen bekritiseren dit als ‘te kort’.

Elk experiment kan bestaan uit zes groepen. Grotere gemeenten maken gebruik van alle zes de groepen, voor kleinere gemeenten zijn drie voldoende. Bijstandsgerechtigden worden willekeurig toegewezen aan een van de volgende groepen:

  • Een groep die is vrijgesteld van formele verplichtingen om werk te vinden. Dit is de ‘ontheffingsgroep’. Zij worden tijdens de experimenteerperiode niet onderworpen aan sancties die normaal worden uitgedeeld als de gemeente vindt dat een persoon in gebreke blijft bij het zoeken naar betaald werk. Echter, na zes en eventueel opnieuw na twaalf maanden, controleert de gemeente of de deelnemer voldoende inspanningen heeft geleverd om betaalde arbeid te vinden. Wanneer iemand te weinig activiteiten heeft ondernomen, wordt hij of zij uit het experiment gezet;
  • Een groep, de ‘intensiveringsgroep’, die tijdens de experimenteerperiode te maken zal krijgen met extra verplichtingen en taken richting werk en re-integratie op de arbeidsmarkt. (Hier een inkijkje in de ‘producten’ die bijvoorbeeld de gemeente Noord-Beveland op dit punt te bieden heeft). In de praktijk zal dit neerkomen op minstens een verdubbeling van het aantal contacten met ambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet;
  • Een groep, de ‘vrijlatingsgroep’, die toegestaan wordt om naast hun bijstandsuitkering 50 procent van hun inkomsten uit arbeid te houden met een maximum van 199 euro per maand voor alleenstaanden en 142 euro voor gehuwden. Dat is slechts € 71,- per persoon voor iemand die gehuwd is en minder dan het wettelijk minimumloon waarom betrokkenen gevraagd hadden;
  • Een combinatie van bovenstaande groepen, waarbij de eerste twee groepen (de ontheffingsgroep en de intensiveringsgroep) altijd gecombineerd moeten worden in een experiment;
  • Een controlegroep;
  • Een referentiegroep bestaande uit bijstandsgerechtigden die in dezelfde gemeente wonen, maar niet deelnemen aan het experiment.

Bijstandsgerechtigden ondertekenen een verklaring waarin staat dat hun deelname geheel vrijwillig is. Het is echter verboden om tijdens het experiment te stoppen. Deelnemers zullen gedurende het project hun normale uitkering blijven ontvangen (Sjir Hoeijmakers, e-mail communicatie).

Betrokkenen blijken niet blij met het voorgestelde raamwerk voor de experimenten. In een brief, gericht aan de volksvertegenwoordigers in de beide Kamers, betogen wetenschappers van de vier samenwerkende universiteiten (Tilburg, Utrecht, Groningen en Wageningen), dat betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek binnen het voorgestelde kader niet kan worden gedaan.

Zo heeft Professor Dr. Ruud Muffels van de Universiteit van Tilburg kritiek op de introductie van een groep met meer overheidscontrole. “De gevolgen van sancties zijn uitgebreid onderzocht. Ik vraag me af wat deze ingreep toevoegt. Wat wil je weten? Het zal ook de interpretatie van de resultaten van het onderzoek bemoeilijken. Als vrijheid gevolgen heeft … De deelnemer kan na een jaar worden uitgesloten van het experiment wanneer hij of zij ‘niet ‘actief genoeg’ is bij het zoeken naar een betaalde baan. Dus deze lijn van onderzoek kan niet getest worden. Het kan ook zorgen voor een ethisch dilemma, want we zijn op zoek naar vrijwilligers voor het onderzoek, en we moeten de consequenties van hun deelname voor hen verduidelijken.” Betrokkenen vrezen dat hierdoor potentiële deelnemers zullen afzien van deelname aan de experimenten.

De onderzoekers roepen Kamerleden op aandacht te besteden aan hun bezwaren wanneer het Ontwerpbesluit met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt besproken in de parlementaire commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Divosa (Vereniging van Leidinggevenden in het Sociale Domein) zet ook vraagtekens bij de waarde van de experimenten. “Het is moeilijker om de effecten van de experimenten te meten, want er zijn meer beperkingen dan in het oorspronkelijke plan. Experimenten met een parttime baan, het starten van een bedrijf, de zorg voor kinderen of andere familieleden mogen niet. Gezien de verhoudingen in de huidige coalitie denk ik, dat dit nu het hoogst haalbare is. Maar we hopen op een vervolg,” zegt vice-president Jellemiek Zock.

Een andere belanghebbende voegt toe: “We wilden een eenvoudige proef op basis van vertrouwen in plaats van op repressie. We wilden uitkeringsgerechtigden meer vrijheid, meer keuze, meer koopkracht geven. Nu zitten we met een flinke hoop ingewikkelde regels. Wat overblijft is een puzzel, die het moeilijk maakt om de experimenten vorm te geven en de resultaten te begrijpen. Maar we zijn blij dat we kunnen beginnen.”

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is wel tevreden: het voorgestelde ‘Ontwerpbesluit voor Experimenten in het kader van de Participatiewet‘ is nog mijlenver verwijderd van een echt onvoorwaardelijk basisinkomen.


Dit artikel is een verkorte versie van NETHERLANDS: Design of BI Experiments Proposed.

Na publicatie op Basic Income News van het Engelstalige artikel op 26 oktober 2016 zijn de ontwikkelingen doorgegaan. Hierbij enkele aanvullingen.

  • Eind oktober (25/10) hebben 11 wethouders in het sociale domein een open brief gestuurd aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met daarin een oproep om het ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet’ aan te passen.
  • De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 27 oktober 2016 overleg gevoerd met mevrouw Klijnsma, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over het ontwerpbesluit ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet‘. Het conceptverslag van deze vergadering is hier te lezen.
  • Sjir Hoeijmakers tweette op 28-10-2016: «Goede, sterke reactie vanuit de Kamer gisteren! Dit kan zo niet.»
  • Dinsdag 8 november 2016 wordt er gestemd over het Ontwerpbesluit (email Alexander de Roo, voorzitter Vereniging Basisinkomen).

N.B. Even iets anders. Op 4 november 2016 staat de teller bij Basisinkomen2018 op 60.026 handtekeningen. De petitie kan hier nog steeds getekend worden ! Op naar de 100.000 !!

Florie Barnhoorn

Geef een reactie