Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers

Tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Basisinkomen op 7 mei 2017 gaf Sjir Hoeijmakers een presentatie over de experimenten met een ‘basisinkomen’. Hier is de video-opname van de lezing te zien. Hij wil benadrukken dat het geen experimenten met een echt basisinkomen zijn, die zijn er eigenlijk nooit geweest (afhankelijk van je definitie van een basisinkomen). Het zijn experimenten in de richting van een basisinkomen. Ze onderzoeken aspecten van een basisinkomen, waardoor je cruciale factoren kan identificeren, de discussie verder kunt brengen en belangrijke bevindingen alvast kan implementeren. Experimenten met een ‘echt’ basisinkomen zijn er eigenlijk niet en of die er ooit zullen komen is maar de vraag.

experimenten-sjir-hoeijmakers

Sjir Hoeijmakers

De proeven met de bijstand in Nederland komen vanuit gemeentelijke initiatieven. Gemeenten gaan in Nederland niet over het inkomensbeleid en de belastingen (behalve de gemeentebelastingen), maar wel over de sociale zekerheid, met andere woorden zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet is in de plaats gekomen van de Wet werk en bijstand (Wwb). Voor mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering zou het basisinkomen een groot verschil uitmaken. Voor andere groepen zou dit ook gelden, maar in de bijstand zit een doelgroep die echt lijdt onder het huidige systeem. De centrale vraag bij deze experimenten is vooral of uitkeringsgerechtigden actiever, gezonder en gelukkiger worden als ze vrijer worden gelaten.
 
Stand van zaken

Hoeijmakers is verheugd dat na lang lobbyen van gemeenten bij landelijke politici er nu eindelijk de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ligt, opgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De AMvB is een document waarin staat beschreven aan welke voorwaarden een experiment moet voldoen om toestemming van het ministerie te krijgen om een uitzondering op de wet te mogen maken. Een gemeente kan bijvoorbeeld vragen om tijdelijk de sollicitatieplicht op te schorten of mensen naast de bijstandsuitkering meer te laten bijverdienen. Helaas is de AMvB een speelbal van de politiek geworden, waardoor er extra eisen aan zijn toegevoegd en compromissen zijn gesloten waarbij het de vraag is of daar nog echt heel goede experimenten van te maken zijn.

Voorwaarden zijn bijvoorbeeld:

  • er mag maar een korte tijd geëxperimenteerd worden;
  • als mensen te weinig moeite doen om aan het werk te komen, kunnen zij uit het experiment gezet worden, wat eigenlijk het hele experiment een beetje raar maakt.

Allemaal kleine irritante beperkingen die het heel moeilijk maken om een goed wetenschappelijk en ambitieus project op te zetten. Gelukkig kunnen gemeenten er ook weer omheen.

In het vorige kabinet was het erg moeilijk om de AMvB voor elkaar te krijgen. De Kamer was wel voor, maar het kabinet niet. Vooral de VVD lag dwars. Het zijn vaak een paar personen, legt Hoeijmakers uit, die het idee dragen of tegenwerken. Gelukkig heeft een aantal gemeenten er voor gekozen om toch door te gaan en er het beste van te maken. Heel veel gemeenten zijn ook afgehaakt vanwege alle moeilijkheden. Er kwam ook geen enkele hulp vanuit de landelijke overheid wat je wel zou verwachten na alle retoriek over decentralisatie en het openstaan voor experimenten. Je zou verwachten dat Kabinet en Parlement naast de gemeenten gaat staan, een stimulerende rol speelt, met geld over de brug komt en voor een goede afstemming en een goede wetenschappelijke coördinatie zorgt. Dit is tot nu toe niet zo geweest. Er is bijvoorbeeld geen extra geld beschikbaar gesteld, gemeenten moeten alles zelf betalen, er zijn alleen voorwaarden gesteld aan wat wel of niet mag gebeuren.

  • inmiddels hebben zeven gemeenten een aanvraag ingediend. Drie gemeenten Wageningen, Tilburg en Groningen hebben dat in april gedaan. Andere gemeenten konden vanaf 1 mei hun voorstel indienen. Utrecht heeft de aanvraag opgeschort omdat het ministerie nog aanvullende vragen bij het ontwerp had na Kamervragen van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer;
  • acht gemeenten twijfelen nog;
  • dertig gemeenten overwegen alternatieven, zoals Terneuzen. De gemeenteraad van deze Zeeuwse stad had een mooie juridische omweg rondom de Participatiewet gevonden om toch een experiment te kunnen doen maar – nadat het idee op het 8-uur Journaal was geweest – bleken politici in het kabinet en in de Tweede Kamer toch niet zo gecharmeerd van het idee.

Het opstellen van een aanvraag op basis van de AMvB vereist een behoorlijke dosis creativiteit. Sommige gemeenten maken gebruik van het maatwerk-artikel in de Participatiewet, dat zegt, dat bijstandsgerechtigden in individuele gevallen ontheffing kunnen krijgen van bijvoorbeeld de sollicitatieplicht. Maar dat artikel mag je niet inzetten voor een hele groep mensen. Dat had Utrecht gedaan en daarom is het voorstel terugverwezen door het ministerie.

Een paar dagen na de Hoeijmakers’ presentatie ontvingen 7 gemeenten, waaronder Tilburg, een brief dat zij “vooralsnog geen ruimte voor hun experimenten krijgen.” De verantwoordelijk wethouder in Tilburg, Erik de Ridder (CDA), die al sinds 2015 onderhandelt met het ministerie, reageerde volgens het Brabants Dagblad furieus: “Dit komt als een donderslag bij heldere hemel!” Ook Amsterdam, dat geen verplichte tegenprestatie van uitkeringsgerechtigden eist, heeft op ‘ambtelijk niveau’ te horen gekregen dat haar voorstel voor een experiment niet zal worden gehonoreerd, omdat de plaatselijke verordening – iedere gemeente is volgens de Participatiewet verplicht een verordening op te stellen waarin zij aangeeft hoe ze deze wet gaat uitvoeren – niet in orde is. De Amsterdamse wethouder voor Werk, Inkomen en Participatie, Arjan Vliegenthart (SP) is eveneens boos. In het NRC laat hij weten „Ik heb de bezuinigingen die het Rijk ons heeft opgelegd uitgevoerd, nu vraag ik ook de beleidsruimte die erbij hoort. De staatssecretaris kan de boom in. Wij gaan het experiment beginnen”.

experimenten-sjir-hoeijmakers Vijf en veertig gemeenten zijn op de één of andere manier nog bezig met het opzetten van een experiment met een regelluwe bijstand. Sommigen echt vanuit de overtuiging dat zij een basisinkomen willen testen en het eigenlijk het liefst zouden willen invoeren. Sommigen meer vanuit de lokale problematiek gedacht, omdat ze zien dat de bijstand in zijn huidige vorm niet werkt en dat zij daar sowieso iets mee moeten doen.
Je kan het jammer vinden, meent Hoeijmakers, dat er zo weinig is overgebleven van de aanvankelijke ambities. Aan de andere kant zijn er nog steeds gemeenten die, ondanks alle moeilijkheden, deze experimenten heel graag willen en vastbesloten zijn er mee door te gaan. Dat is ook wat hij gemeenten adviseert … gewoon aan de slag gaan en zoveel mogelijk pakken wat er te pakken is. “Ik ben benieuwd hoe het landschap er wat dit betreft over drie jaar uitziet,” voegt hij er aan toe.

En nog steeds komen er nieuwe gemeenten bij. Soms wordt hij door een enthousiast raadslid gebeld “Oh, ik wil een experiment doen met een basisinkomen”. Dan moet ik hem of haar vaak een beetje teleurstellen, zegt hij, waarschuwen voor het gedoe met de AMvB nu. Dat is echt te veel voor een kleine gemeente. Maar houd je ogen en oren goed open, want wat gaat de volgende regering doen? Dat is heel onzeker. Volgens Alexander de Roo is er bij partijen als GroenLinks en D66 wel de wil voor experimenten, maar in hoeverre die wens gehonoreerd wordt aan de onderhandelingstafel is een tweede. Ook hier hangt het af van de personen die daar zitten. Maak je je er sterk voor of ga je het uitruilen voor andere wensen.

Iemand uit de zaal merkt op dat Mark Rutte als twintiger voor een basisinkomen was. Volgens Hoeijmakers is er ook geen reden voor de VVD om tegen een basisinkomen te zijn, het is maar net hoe het geframed wordt, hoe je het neerzet. Onlangs heeft hij een filmpje opgenomen op het wetenschappelijk bureau van de VVD over de vraag hoe je het basisinkomen zou kunnen inpassen in het liberale gedachtegoed. Het hangt heel erg af van de personen die in de Kamer of in de regering zitten en hoe ze de framing oppakken. De VVD is een beetje schrik aangejaagd door het idee van ‘gratis geld’. Hoeijmakers heeft ook in Bloemendaal (een gemeente met veel VVD-stemmers) een praatje gehouden voor de Rotary en daar stond men echt open voor een aantal argumenten, in ieder geval voor experimenten. Je moet wel uitkijken dat je niet in een gevecht om principes terecht komt van ‘voor wat hoort wat’, merkt hij op. Als je op rustige toon uitlegt wat de experimenten inhouden, wat de ideeën achter het basisinkomen zijn, wat het voor ondernemers kan betekenen, voor de complexiteit bij de overheid, dan zijn er ook voorstanders te vinden bij de VVD. Wat dat betreft is het ook belangrijk wat er in het buitenland gebeurt. Als politici zien dat het in andere landen heel normaal is om te experimenteren met elementen van een basisinkomen, dat het allemaal niet zo eng is, zullen ze op een dag zeggen: “Natuurlijk zijn we daarvoor”.

experimenten-sjir-hoeijmakers

Experimenten met een basisinkomen in andere landen

Hoeijmakers is daar echt enthousiast over. De ontwikkelingen in Nederland vindt hij bemoedigend, hoewel ze misschien pas in de late herfst van dit jaar starten. De grootste impact die de Nederlandse experimenten tot nu toe gehad hebben, is dat ze zoveel aandacht in de internationale media getrokken hebben. In alle lijstjes met landen die een experiment doen met een basisinkomen wordt Nederland en/of Utrecht genoemd. Het effect is wel dat het idee in andere landen ook gaat leven. En als wij naar die artikelen kijken wordt het voor ons ook weer normaler. Dat is een groot en niet te onderschatten effect. Hij noemt de hoogste ambtenaar van Economische Zaken in India als voorbeeld.
 
Finland

  • het experiment is in januari 2017 begonnen;
  • er is veel kritiek op, ook in Finland zelf; het is top-down, het wordt vanuit de landelijke overheid gedistribueerd; die wil weten of langdurig werklozen gemotiveerder solliciteren met een basisinkomen dan met een werklozenuitkering. Bij de laatste word je namelijk gekort op je uitkering als je werkt;
  • 2000 mensen die gebruik maken van de sociale zekerheid en die bij Kela staan ingeschreven (vergelijkbaar met het UWV) krijgen nu een onvoorwaardelijk basisinkomen van 560 euro per maand. Dat is geen vetpot, maar het is een begin. Het is een normale uitkeringshoogte voor mensen in Finland.

Er is geen ‘clawback’ (cb), dat wil zeggen als je naast het basisinkomen gaat bijverdienen dan raak je niets van het basisinkomen kwijt; je houdt je basisinkomen altijd, ook als je een baan krijgt of bijklust naast het basisinkomen. De duur van het experiment is 2 jaar. Men denkt bij Kela al na over een verlenging en uitbreiding van het experiment, met meer groepen bijvoorbeeld. Ondanks alles wat er op aan te merken is, is het belangrijk dat het begonnen is.
 
Ontario

Een mooie recente ontwikkeling, vindt Hoeijmakers, de ontwikkelaars van het experiment zijn serieus, ze willen op de lange termijn echt een basisinkomen invoeren. Anders dan in Nederland (en ook Finland) werken overheden mee in Ontario. De overheid heeft een website gemaakt voor het experiment waarin ze haar inwoners inlicht over wat er gaat gebeuren met het basisinkomen. Finland en Ontario presenteren hun project als een ‘basisinkomen’.

  • 4000 deelnemers; ook mensen die minder dan 2000 euro per maand verdienen kunnen meedoen. Men gaat loten tussen alle mensen die in aanmerking komen voor deelname. Zij krijgen een uitnodiging, waarna ze zich kunnen aanmelden. Zie voor meer informatie over de onderzoeksopzet hier;
  • de duur van het project is 3 jaar; het basisinkomen is gelijk aan ongeveer 1000 euro per maand per individu (ongeveer $ 1600 Canadese dollars), een stel krijgt 1,5 keer zoveel. Je hebt een clawback van 50% dus van elke euro die je extra verdient, houd je 0,5 euro over. Het experiment lijkt dus meer op een experiment met een negatieve inkomstenbelasting dan met een basisinkomen. Mensen met een arbeidsbeperking krijgen daar 500 dollar bovenop.
  • bij het meten van de succescriteria kijkt men echt in de breedte. Ontario wil alternatieven testen voor de huidige sociale bijstand en kijken of deze een positieve uitwerking hebben op gezondheid, werk en wonen en bestaanszekerheid;
  • het project is ook geografisch goed doordacht: één experiment gebeurt in een grote stad, één op het platteland en één in een middelgrote stad; aan het einde van de lente beginnen de twee steden en in de herfst start de derde studie.

Kenia

Een heel mooi en ambitieus project, vindt Hoeijmakers. Zesduizend mensen zullen gedurende 12 jaar een basisinkomen ontvangen via GiveDirectly. Uiteindelijk zullen in totaal 26000 mensen meedoen aan de experimenten. Er zitten ook andere groepen in, een controlegroep, maar ook mensen die in plaats van een volledig basisinkomen direct een grote som geld krijgen en dit kunnen gebruiken voor de langere termijn en mensen die een basisinkomen voor 2 jaar krijgen.
Het bedrag dat de deelnemers krijgen is 20 euro per maand. Voor deze mensen, die in extreme armoede leven, maakt dit een enorm verschil. Er is geen clawback, dat wil zeggen, er wordt niet gekort op het basisinkomen als zij gaan werken.
Heel inspirerend en een revolutie in ontwikkelingswerk. Het zegt iets over de manier waarop je met mensen omgaat en naar mensen kijkt. Het is niet één op één te vergelijken met de situatie hier, maar wel enigszins. Geef je de mensen vrijheid om hun eigen keuzes te maken. Dat doe je niet door te zeggen, hier heb je een geit, een waterput, schooluniformen of zoals in Nederland “solliciteer, solliciteer, solliciteer” of geef je mensen het vertrouwen dat zij zelf dingen oppakken en daar iets moois van maken.
Het project krijgt wereldwijd veel publicitaire aandacht, er wordt veel onderzoek verricht. Er wordt echt nagedacht hoe op de meest effectieve manier levens verbeterd kunnen worden in de wereld.
 
Oakland initiatief van Y Combinator

De initiatiefnemers, waaronder Sam Altman, directeur van Y Combinator, en andere technologie-reuzen uit Silicon Valley, wilden een experiment naar een basisinkomen vooral in verband met ontwikkelingen in de technologie, zoals automatisering en op de langere termijn kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, afgekort AI). Als door technologische ontwikkelingen veel banen verdwijnen, moeten we naar alternatieven kijken, besloten ze. Men is al begonnen met het experiment in Oakland, Californië, vlakbij San Francisco. Precieze details zullen waarschijnlijk binnenkort naar buiten komen. Dit experiment kan interessant zijn voor VVD-kiezers omdat het is opgestart vanuit de private hoek.

Na een opmerking uit de zaal dat de koffie koud staat te worden komt Hoeijmakers tot enkele conclusies. Ondanks alle haken en ogen gaat het de goede kant op met de experimenten. Hij somt er een paar op: verschillende benaderingen; veel nuance; vergeleken bij 1, 2, 3, 4 jaar geleden en nu zie je echt een opwaartse trend; naast tegenslagen komen er ook weer nieuwe initiatieven op.

Robin Ketelaars noemt enkele kleinschalige experimenten onder andere Mein Grundeinkommen dat enkele jaren geleden is opgericht door een jonge Duitser, Michael Bohmeyer. Hij zamelde zijn eigen basisinkomen bij elkaar. Inmiddels heeft de organisatie 89 basisinkomens verloot. De winnaar krijgt 1000 euro per maand gedurende een jaar. In Nederland is er OnsBasisinkomen.nl dat tweemaal een basisinkomen heeft verloot. Anne van Dalen was de tweede winnares. Zij is nu bezig met een crowdfunding voor een tweede jaar.
Hoeijmakers is ervan overtuigd dat deze experimenten en andere burgerinitiatieven ook heel belangrijk zijn, het zijn inspirerende voorbeelden en de verhalen erover dragen misschien wel meer bij aan de acceptatie van een basisinkomen dan de ‘droge, wetenschappelijke experimenten’. Punt is alleen dat uit deze experimenten geen wetenschappelijke conclusies getrokken mogen worden omdat de doelgroep aselect is samengesteld, dat wil zeggen, de deelnemers zijn voor de aanvang van het project al voor een basisinkomen.

Hoeijmakers vat de positieve effecten van de experimenten met een basisinkomen als volgt samen:

  • er komen nog steeds initiatieven bij;
  • initiatieven blijven sterk variëren, zowel wat betreft invalshoek als aanpak;
  • je hebt lokale experimenten (Nederland), op provinciaal niveau (Ontario), op staatsniveau (Finland), privaat (Y Combinator) en in de goede doelensfeer vooral in ontwikkelingslanden (GiveDirectly, diverse NGO’s);
  • diversiteit is heel belangrijk, omdat het de kans vermindert dat het met een minder geslaagd experiment direct afgeserveerd wordt. Al die verschillende mensen, in verschillende situaties, al die verschillende manieren maakt mogelijk dat men kan zoeken naar de beste modellen zonder dat een project direct als mislukt wordt beschouwd;
  • verschil zit er ook in de resultaten die je gaat meten en in de kwaliteit, breedte en diepte van het onderzoek. In Finland bijvoorbeeld ligt de nadruk erg op de complexiteit van het sociale zekerheidssysteem en hoe je de armoedeval weghaalt door mensen betere vooruitzichten te bieden op betaald werk juist door hen daarvoor als opstap een basisinkomen te geven. In Ontario wil men breed gaan testen op ‘geluksfactoren’: welke effecten van een basisinkomen zien we op welbevinden en gezondheid van burgers? Bij GiveDirectly test men meer op ondernemerschap in kleine gemeenschappen en hoe mensen het heft in eigen hand nemen om uit de armoede te komen. Al die verschillen is momenteel de grootste kracht van de experimenten, het maakt de ontwikkelingen ook duurzamer.
  • de initiatieven worden ambitieuzer. Het zijn niet zomaar losse ideeën. Het is beleid dat door overheden wordt uitgewerkt zoals de Finse en die van Ontario. Er wordt kwalitatief goed onderzoek verricht door topwetenschappers uit de hele wereld. Kijk maar naar Y Combinator en GiveDirectly die de grootste namen van MIT en Harvard op het gebied van ontwikkelingssamenwerking erbij betrekt;
  • de inhoudelijke eigenschappen worden ook steeds mooier;
  • aantal deelnemers stijgt 2000 – 4000 – 6000;
  • je ziet varianten in de hoogte van het basisinkomen;
  • er wordt niet alleen naar kleine verbeteringen gekeken, zoals in Nederland waar men uiteindelijk slechts kleine stapjes zet binnen het kader van de Participatiewet, maar ook naar de toekomst. Men wil een nieuw toekomstperspectief vinden, omdat de huidige modellen van sociale zekerheid ons niet meer passen;
  • er wordt gepleit voor langer durende experimenten. Finland is als eerste begonnen met 2 jaar, daarna zie je bij andere experimenten een uitbreiding wat belangrijk is voor de uitkomsten.

Misschien komen er nog meer initiatieven, het zou zomaar kunnen. Misschien wordt het basisinkomen in de komende 5 of 10 jaar echt ergens ingevoerd. Het wordt langzamerhand niet meer zo onrealistisch om dat te zeggen. De toon van de conversatie is, zeker internationaal gezien, erg aan het veranderen. Dat is prachtig om te zien.

Florie Barnhoorn
mei 2017

Video-opname en foto’s: Hans Lindeijer

einstein-fish-moeras

Uit het moeras met een onvoorwaardelijk basisinkomen

Everybody is a genius; but if you judge a fish by its ability to climb a tree, it will live its whole life believing that it is stupid. # Albert Einstein

Nu populisten furore maken in de Westerse wereld door de economische- en financiële onzekerheid van mensen uit te buiten voor eigen politiek gewin, neemt de belangstelling onder politici voor het onvoorwaardelijk basisinkomen toe.

Zo ook in Nederland.

Maandag 28 november verrasten de heren Samsom en Pechtold, op dat moment fractievoorzitters van respectievelijk de PvdA en D66 in de Tweede Kamer, vriend en vijand door in een opmerkelijk opiniestuk in de Volkskrant te pleiten voor experimenten waarbij een bijstandsgerechtigde twee jaar lang de helft van zijn of haar bijverdiensten mag houden. Volgens Alexander de Roo, voorzitter van de Vereniging Basisinkomen (e-mailcommunicatie), komt dit voorstel neer op een individuele, tweejarige proef met het basisinkomen voor bijstandsgerechtigden – alleen het woord ‘basisinkomen’ valt niet.

Een aparte manoeuvre van de twee fractieleiders, omdat noch in het concept-verkiezingsprogramma van de PvdA, noch in het definitieve programma van D66 staat dat een bijstandsgerechtigde 50% van zijn inkomsten – naast de uitkering – mag houden, als hij of zij betaald werk vindt.

Nog heel recent, op 8 november, steunde de PvdA fractie van toenmalig partijleider Samsom de Algemene Maatregel van Bestuur van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Jetta Klijnsma, waarin staat dat maximaal 25 gemeenten mogen beginnen met experimenten voor een regelarme(re) bijstand. De fractie stemde tegen een amendement van GroenLinks dat de experimenterende gemeentes de ruimte wilde geven om dat zonder beperkingen te doen.

Volgens het nu aangenomen raamwerk mogen gemeenten hun bijstandsgerechtigden weliswaar gedurende maximaal 2 jaar 199 € per maand laten bijverdienen, maar dat mag alleen als een evenzo grote groep in diezelfde gemeente tweemaal zo hard zijn best doet om uit de uitkeringssituatie te raken. Dus niet één, maar twee sollicitatiebrieven per dag, niet één gesprek met je klantmanager maar twee. [Een uitgebreidere bespreking van het voorgestelde raamwerk voor de inrichting van de experimenten is hier te vinden].

Dit besluit van de Tweede Kamer (PVV, VVD en PvdA) heeft ertoe geleid dat onder andere Winterswijk niet langer wil meedoen met de experimenten. Ook Nijmegen heeft grote twijfels en wellicht trekken Utrecht en de drie andere steden ook hun plannen in … De bijdrage van de inmiddels voormalige PvdA-leider aan de ingezonden brief is dus wel een beetje hypocriet: noem het voorstel gewoon een tweejarig basisinkomen voor bijstandsgerechtigden en handel daarnaar in de Tweede Kamer. Dat is de plek waar gewenste veranderingen blijvend verankerd kunnen worden. U hebt (had) daartoe de sleutels. Vrijblijvend wat roepen in de media is niet goed genoeg.

Het stuk in de Volkskrant is echter om meerdere redenen opmerkelijk.

Het gevoerde beleid van de afgelopen jaren ten aanzien van de bijstand wordt in feite failliet verklaard door de twee politici. In het Volkskrant artikel schetsen zij een ontluisterend beeld van het beleid … dat zij tot zeer recent gesteund hebben. Volmondig geven ze toe dat de bijstand verworden is tot een regelmoeras dat ten koste gaat van mensen in de bijstand én van gemeenten.

Een inkijkje in het regelmoeras bij de gemeente

Alle administratie, verplichtingen en rompslomp die de invoering van de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015 de uitvoering van de bijstand regelt, met zich meebrengt leidt tot verspilling van menskracht en geld. Iedere gemeente is drukdoende om zich in de mal van Haagse regels te persen, wat hen afhoudt van hun belangrijkste taak: het bieden van maatwerk aan mensen in een uitkeringssituatie, schrijven Samsom en Pechtold.

Zo hebben de 3 gemeenten (Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo), die onder het Werkplein Drentsche Aa vallen, elk hun eigen ‘meedoenbeleid’ ontwikkeld voor inwoners met een laag inkomen. Schoolgaande kinderen in de drie gemeentes kunnen een ‘meedoenpremie’ krijgen èn meedoen aan een PC-project, terwijl bijstandsgerechtigden die een re-integratietraject doorlopen een ‘meedoen premie’ van € 200.- ontvangen. En in Assen kunnen mensen ook nog meedoen aan een witgoedregeling!

Wim Eiselin geeft op Sociaalweb.nl nog een voorbeeld. Een bijstandsgerechtigde is verplicht ‘onverwijld’ alle feiten uit eigen beweging te melden waarvan hem ‘redelijkerwijs duidelijk’ is dat hij die moet melden. Maar begrijpt iedere bijstandsgerechtigde meteen wat ‘onverwijld’ of ‘redelijkerwijs duidelijk’ inhoudt? Gemeenten voelen zich gedwongen om regels op te stellen, die een flinke arbeidsinspanning en een grote informatiestroom onvermijdelijk maakt.

Zo heeft het College van de gemeente Hoogezand-Sappemeer Beleidsregels giften en geldleningen voor levensonderhoud op de website gezet. Onder punt 4 van Artikel 1 ‘Giften voor bijzondere kosten’ staat te lezen dat “Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en dergelijke charitatieve instellingen niet beschouwd worden als middel.” Dat feit hoef je dus niet te melden bij de gemeente. Artikel 5, dat ‘Giften en geldleningen in afwachting van de afhandeling van de bijstandsaanvraag’ regelt, wellicht wel, de website vermeldt dat “Als gevolg van de behandelingsduur door de gemeente kan het zijn dat familie bijspringt voor de meest belangrijke uitgaven. Het college maakt de keus om deze – door de familie of kennissen als overbrugging bedoelde betalingen – veelal gedaan zonder een afdwingbare terugbetalingsverplichting – tot aangegeven hoogte vrij te laten.” Dus: ja, melden? Of toch niet? Oef, moeilijke kost.

Verloren in het moeras van regels

In tegenstelling tot Samsom en Pechtold, die menen dat de bijstand zekerheid biedt, wordt dat door maar weinig mensen die noodgedwongen gebruik maken van deze voorziening, ook zo ervaren. Het moeras aan regels en verplichtingen drukt zwaar op hen.

Een van de nieuwe maatregelen in de Participatiewet is bijvoorbeeld de ‘tegenprestatie naar vermogen’. Gemeenten zijn verplicht om bijstandsgerechtigden op te dragen een maatschappelijk nuttige bijdrage te leveren en dit te regelen in een verordening. Zo vindt de gemeente Hoogezand-Sappemeer dat het goed is voor je arbeidskansen om pakketjes te sorteren bij Post.nl. Maar volgens de bijstandsgerechtigden, die moeten werken zonder loon, is het vernederend en gaat het ten koste van echte banen.

Een meerderheid van de gemeenten, die de tegenprestatie uitvoert, geeft aan dat het instrument ook wordt ingezet om burgers te ontmoedigen een uitkering aan te vragen, of als onderdeel van een beleid om de instroom te verkleinen.

In de praktijk blijkt ook telkens weer dat de uitvoering van deze maatregel op gespannen voet staat met bepaalde fundamentele rechten. Zo heeft het College voor de Rechten van de Mens gewaarschuwd dat de wet een negatieve uitwerking kan hebben op het verbod op dwangarbeid; de mogelijkheid dat mensen door boetes en maatregelen onder het bestaansminimum komen; en dat arbeid altijd eerlijk en billijk beloond moet worden.

Omdat een handjevol mensen doelbewust misbruik maakt van de sociale voorzieningen, worden honderdduizenden bijstandsgerechtigden gedwongen onder een rigide regime van ge- en verboden te leven. Het is verheugend dat Samsom en Pechtold deze benadering nu zo openlijk afkeuren.

Ondertussen gaat het georganiseerd wantrouwen gewoon door. Per 1 januari 2017 treedt een nieuwe Fraudewet en een nieuw Boetebesluit in werking. Voor mensen die naast de bijstand (gaan) werken betekent dit dat zij strafbaar zijn als zij niet tijdig of niet correct doorgeven dat ze zijn gaan werken en wat hun inkomsten zijn. Door onwetendheid of angst voor financiële problemen wachten mensen soms te lang met het opgeven van hun extra inkomsten.

Afhankelijk van het beleid van de gemeente is in dat geval sprake van schending van de inlichtingenplicht. Dat kan de bijzondere situatie opleveren dat iemand die is gaan werken óf de lichtste sanctie – een waarschuwing – krijgt, óf de zwaarste sanctie – een boete van 100% met een maximum van € 82.000,-. Het is aan de klantmanager bij de Sociale Dienst om daarover te oordelen.

“Mensen kunnen nauwelijks op adem komen, en zo is het lastig om een maatschappelijke bijdrage te leveren,” geven Samsom en Pechtold in het artikel in de Volkskrant onomwonden toe.

Ons sociale zekerheidsstelsel is gebaseerd op het model van de kostwinnaar die veertig jaar bij dezelfde baas werkte. Maar de samenleving is veranderd, is veel pluriformer geworden. Het model van one-size-fits-all past ons niet meer. We moeten andere wegen zoeken. Lang is geprobeerd om het oude model aan te passen aan de huidige tijd. Om nieuwe vormen van betaalde en onbetaalde arbeid en nieuwe samenlevingsvormen te integreren in het oude model.

“Dat beleid is hopeloos vastgelopen in krampachtige pogingen om het negentiende-eeuwse denken over arbeid zogenaamd te moderniseren”, zei Norbert Klein, fractieleider van de Vrijzinnige Partij, onlangs tijdens de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Tweede Kamer (email-communicatie). Volgens De Roo hopen politici dat de economie zich zal herstellen en de werkloosheid zal dalen. En dat bij een groeiende werkgelegenheid ook de discussie over een basisinkomen zal overwaaien, zoals ook gebeurde rond het jaar 2000.

Batavirus is er duidelijk over: “Stop toch met dat maffe uitkeringencircus, steek je nek iets verder uit en durf het onvoorwaardelijk basisinkomen op de agenda te zetten.” Werken vanuit een basisinkomen is ook veel eerlijker ten opzichte van alle overige Nederlanders, die ook zo graag een solide, financiële vloer onder hun bestaan zouden hebben: werknemers in loondienst, zzp’ers, (kleine) ondernemers, flexwerkers, mensen met een burnout, mantelzorgers, vrijwilligers, studenten, huismannen- en vrouwen, etc.

Tijdens het schrijven van dit bericht werd bekend dat de leden van de PvdA Lodewijk Asscher hebben gekozen als hun nieuwe lijsttrekker. Diederik Samsom treedt 12 december 2016 af als partijleider en verlaat de Tweede Kamer. Benieuwd wat hij nu gaat doen. Wat zou het mooi zijn als hij zich gaat inzetten voor een echt onvoorwaardelijk basisinkomen. Je bent niet alleen, Diederik! Wereldwijd strijden individuen en groepen voor de invoering van een Universal Basic Income (UBI).

Een kleine greep:

  • in Nederland heeft een trendwatcher zich recentelijk over het basisinkomen gebogen;
  • in China timmert het Social Dividend/Basic Income Network flink aan de weg;
  • in Duitsland vinden levendige discussies over het Bedingungslose Grundeinkommen plaats;
  • in India hebben verschillende economen en parlementsleden zich uitgesproken voor de introductie van een UBI;
  • Finland gaat experimenteren met een vorm van basisinkomen;
  • Schotland wil gaan experimenteren;
  • evenals de Canadese provincies Ontario en Prince Edward Island;
  • in IJsland is de Piratenpartij gevraagd een regering te vormen, deze partij is voor een onderzoek naar een basisinkomen;
  • een commissie uit de Franse Senaat heeft zich uitgesproken voor experimenten met een basisinkomen;
  • in Kenia worden experimenten voorbereid;
  • evenals in Oeganda.

En op 8 december jongstleden heeft een losse coalitie van techneuten, investeerders en activisten in de USA het Economic Security Project (ESP) opgericht met het doel te onderzoeken hoe een basisinkomen ons allemaal kan verzekeren van een stabiele, financiële basis. Het project stelt daarvoor $10 miljoen beschikbaar gedurende de komende twee jaar. Meer dan 100 mensen hebben al de ‘Statement of Belief’ ondertekend: van Sam Altman, het hoofd van Y Combinator, het fonds dat in Silicon Valley vroege startups ondersteunt, tot leiders van de Black Lives Matter beweging, Robert Reich, de voormalige staatssecretaris voor werkgelegenheid onder Bill Clinton en Andy Stern, de vroegere leider van de vakbond voor werknemers in de dienstensector.

“Sinds de verkiezing van Donald Trump tot president hebben we haast,” zegt Chris Hughes, mede-oprichter van Facebook en een van de ondertekenaars, “We hebben meer vragen, dan antwoorden. Maar we zijn het er over eens dat financiële zekerheid een fundamenteel recht moet zijn en dat het verstrekken van contant geld een onderbenut instrument is.”

Florie Barnhoorn, 12 december 2016

Betrokkenen kritisch over het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet

more-research

Op de laatste vrijdag in september 2016 besloot de Nederlandse regering om experimenten met een ‘regelarme’ bijstand op beperkte schaal en onder strikte voorwaarden mogelijk te maken. Mevrouw Jetta Klijnsma (PvdA), Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft daartoe het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet naar de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. In het besluit staat een overzicht van de doelstellingen, voorwaarden en regels. Zodra de beide Kamers van het parlement akkoord zijn met het voorgestelde kader, zal de staatssecretaris toestemming geven om met de experimenten te beginnen. Misschien al vanaf 1 januari 2017.

Veel betrokkenen bij de experimenten (wetenschappers, activisten, gemeenteraadsleden, wethouders, ambtenaren) zijn kritisch over het Ontwerpbesluit. Om aan de bezwaren van vooral de VVD (een notoire tegenstander van een basisinkomen) tegemoet te komen, is de oorspronkelijke opzet van de experimenten drastisch gewijzigd.

In het nu geformuleerde Ontwerpbesluit wil de Staatssecretaris antwoord op de volgende vragen:

  • in hoeverre leidt de interventie (de beleidsmaatregel) in de onderzoeksgroepen tot regulier, betaald werk en
  • tot volledige onafhankelijkheid van de bijstandsuitkering?

Een maximum van 25 gemeenten, of 4% van het totaal aantal Nederlandse bijstandsgerechtigden, mogen deelnemen aan de experimenten. Volgens Statline (de elektronische databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek), ontvingen in december 2015 546.090 mensen een bijstandsuitkering; ongeveer 21.843 mensen kunnen dus deelnemen aan de experimenten. Alleen gemeenten die de Participatiewet naar de letter uitvoeren mogen meedoen aan de experimenten. De duur van het project is vastgesteld op twee jaar. Betrokkenen bekritiseren dit als ‘te kort’.

Elk experiment kan bestaan uit zes groepen. Grotere gemeenten maken gebruik van alle zes de groepen, voor kleinere gemeenten zijn drie voldoende. Bijstandsgerechtigden worden willekeurig toegewezen aan een van de volgende groepen:

  • Een groep die is vrijgesteld van formele verplichtingen om werk te vinden. Dit is de ‘ontheffingsgroep’. Zij worden tijdens de experimenteerperiode niet onderworpen aan sancties die normaal worden uitgedeeld als de gemeente vindt dat een persoon in gebreke blijft bij het zoeken naar betaald werk. Echter, na zes en eventueel opnieuw na twaalf maanden, controleert de gemeente of de deelnemer voldoende inspanningen heeft geleverd om betaalde arbeid te vinden. Wanneer iemand te weinig activiteiten heeft ondernomen, wordt hij of zij uit het experiment gezet;
  • Een groep, de ‘intensiveringsgroep’, die tijdens de experimenteerperiode te maken zal krijgen met extra verplichtingen en taken richting werk en re-integratie op de arbeidsmarkt. (Hier een inkijkje in de ‘producten’ die bijvoorbeeld de gemeente Noord-Beveland op dit punt te bieden heeft). In de praktijk zal dit neerkomen op minstens een verdubbeling van het aantal contacten met ambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet;
  • Een groep, de ‘vrijlatingsgroep’, die toegestaan wordt om naast hun bijstandsuitkering 50 procent van hun inkomsten uit arbeid te houden met een maximum van 199 euro per maand voor alleenstaanden en 142 euro voor gehuwden. Dat is slechts € 71,- per persoon voor iemand die gehuwd is en minder dan het wettelijk minimumloon waarom betrokkenen gevraagd hadden;
  • Een combinatie van bovenstaande groepen, waarbij de eerste twee groepen (de ontheffingsgroep en de intensiveringsgroep) altijd gecombineerd moeten worden in een experiment;
  • Een controlegroep;
  • Een referentiegroep bestaande uit bijstandsgerechtigden die in dezelfde gemeente wonen, maar niet deelnemen aan het experiment.

Bijstandsgerechtigden ondertekenen een verklaring waarin staat dat hun deelname geheel vrijwillig is. Het is echter verboden om tijdens het experiment te stoppen. Deelnemers zullen gedurende het project hun normale uitkering blijven ontvangen (Sjir Hoeijmakers, e-mail communicatie).

Betrokkenen blijken niet blij met het voorgestelde raamwerk voor de experimenten. In een brief, gericht aan de volksvertegenwoordigers in de beide Kamers, betogen wetenschappers van de vier samenwerkende universiteiten (Tilburg, Utrecht, Groningen en Wageningen), dat betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek binnen het voorgestelde kader niet kan worden gedaan.

Zo heeft Professor Dr. Ruud Muffels van de Universiteit van Tilburg kritiek op de introductie van een groep met meer overheidscontrole. “De gevolgen van sancties zijn uitgebreid onderzocht. Ik vraag me af wat deze ingreep toevoegt. Wat wil je weten? Het zal ook de interpretatie van de resultaten van het onderzoek bemoeilijken. Als vrijheid gevolgen heeft … De deelnemer kan na een jaar worden uitgesloten van het experiment wanneer hij of zij ‘niet ‘actief genoeg’ is bij het zoeken naar een betaalde baan. Dus deze lijn van onderzoek kan niet getest worden. Het kan ook zorgen voor een ethisch dilemma, want we zijn op zoek naar vrijwilligers voor het onderzoek, en we moeten de consequenties van hun deelname voor hen verduidelijken.” Betrokkenen vrezen dat hierdoor potentiële deelnemers zullen afzien van deelname aan de experimenten.

De onderzoekers roepen Kamerleden op aandacht te besteden aan hun bezwaren wanneer het Ontwerpbesluit met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt besproken in de parlementaire commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Divosa (Vereniging van Leidinggevenden in het Sociale Domein) zet ook vraagtekens bij de waarde van de experimenten. “Het is moeilijker om de effecten van de experimenten te meten, want er zijn meer beperkingen dan in het oorspronkelijke plan. Experimenten met een parttime baan, het starten van een bedrijf, de zorg voor kinderen of andere familieleden mogen niet. Gezien de verhoudingen in de huidige coalitie denk ik, dat dit nu het hoogst haalbare is. Maar we hopen op een vervolg,” zegt vice-president Jellemiek Zock.

Een andere belanghebbende voegt toe: “We wilden een eenvoudige proef op basis van vertrouwen in plaats van op repressie. We wilden uitkeringsgerechtigden meer vrijheid, meer keuze, meer koopkracht geven. Nu zitten we met een flinke hoop ingewikkelde regels. Wat overblijft is een puzzel, die het moeilijk maakt om de experimenten vorm te geven en de resultaten te begrijpen. Maar we zijn blij dat we kunnen beginnen.”

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is wel tevreden: het voorgestelde ‘Ontwerpbesluit voor Experimenten in het kader van de Participatiewet‘ is nog mijlenver verwijderd van een echt onvoorwaardelijk basisinkomen.


Dit artikel is een verkorte versie van NETHERLANDS: Design of BI Experiments Proposed.

Na publicatie op Basic Income News van het Engelstalige artikel op 26 oktober 2016 zijn de ontwikkelingen doorgegaan. Hierbij enkele aanvullingen.

  • Eind oktober (25/10) hebben 11 wethouders in het sociale domein een open brief gestuurd aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met daarin een oproep om het ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet’ aan te passen.
  • De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 27 oktober 2016 overleg gevoerd met mevrouw Klijnsma, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over het ontwerpbesluit ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet‘. Het conceptverslag van deze vergadering is hier te lezen.
  • Sjir Hoeijmakers tweette op 28-10-2016: «Goede, sterke reactie vanuit de Kamer gisteren! Dit kan zo niet.»
  • Dinsdag 8 november 2016 wordt er gestemd over het Ontwerpbesluit (email Alexander de Roo, voorzitter Vereniging Basisinkomen).

N.B. Even iets anders. Op 4 november 2016 staat de teller bij Basisinkomen2018 op 60.026 handtekeningen. De petitie kan hier nog steeds getekend worden ! Op naar de 100.000 !!

Florie Barnhoorn

Brian Eno over het basisinkomen

Negende week van het basisinkomen

9e-internationale-week-van-het-basisinkomen

Open brief aan de heer Timmermans, ondertekend door 21 Europese Burgerinitiatieven (EBi)

Vandaag 13 April 2015 zullen we ter gelegenheid van de Dag van het Europees Burgerinitiatief (EBi) 2015 in Brussel, onderstaande brief aan de eerste ondervoorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmermans, overhandigen. De brief, ondertekend door 21 EBi-campagnes, roept de Commissie op een diepgaande en fundamentele wijziging van Verordening 211/2011 inzake het ECI door te voeren.[1], [2]
We roepen iedereen op ons te helpen deze brief op grote schaal te verspreiden #savetheECI!
Op http://www.citizens-initiative.eu/letter-to-timmermans/ is onderaan de Duitse versie te vinden. Extra taalversies zullen worden toegevoegd zodra ze beschikbaar zijn.

Geachte commissaris Timmermans,

We geloofden in de belofte van het Europese Burgerinitiatief (EBi). We geloofden dat we een krachtig wapen in handen hadden dat Europa ten goede zou komen. We geloofden dat minstens een miljoen Europeanen het met ons eens zou zijn. Wij dachten dat, als dat inderdaad het geval was, de Europese Commissie actie zou ondernemen. Deze overtuiging verleidde ons er toe een EBi te beginnen. Niemand van ons kreeg wat hen voor ogen stond. Wij ontdekten allemaal dat het EBi in zijn huidige vorm niet werkt. Toch denken we nog steeds dat het mogelijk is en ook mogelijk moet zijn.

Nu meer dan ooit heeft de Europese Unie nodig wat het EBi kan bieden: de ideeën en betrokkenheid van haar burgers, gedeelde Europese doelen om nationale verdeeldheid te beteugelen en het bewijs dat EU-leiders alles zullen doen om de democratie te versterken.

Wij verzoeken u dringend om een grondige en fundamentele herziening van Verordening 211/2011 voor te bereiden. Het moet voor burgers gemakkelijker worden om een EBi uit te voeren of te ondersteunen. Zo niet, dan zal het EBi buiten gebruik raken.

Sommige van onze EBi’s eindigden voortijdig, ondanks zorgvuldige voorbereiding en deskundig juridisch advies. Meer dan 40% van alle aangeboden EBi’s werd niet geregistreerd omdat ze “aantoonbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie” zouden vallen. Juridische experts zeggen dat dit soms duidelijk zo was, maar vaak was dat ook niet zo. De wet laat veel ruimte voor interpretatie. Een beroep op de rechter is een lange en gecompliceerde weg. Wij dringen er bij u op aan om alle EBi’s, die menens zijn en binnen de waarden van de EU vallen, in te schrijven en een niet-bindend advies betreffende juridische bevoegdheden aan te bieden. Laat iedere campagne zelf beslissen wat haar te doen staat. Sta ook Europese Burgerinitiatieven toe die oproepen tot verdragswijzigingen. Deze veranderingen zullen EBi’s helpen om de publieke en politieke dialoog aan te zwengelen, waar u ook voorstander van bent.

Alle geregistreerde EBi’s hadden grote moeite om handtekeningen te verzamelen door de ingewikkelde en bureaucratische procedures. Slechts enkele kregen meer dan 100.000 ondertekenaars, de meeste veel minder. Veel burgers worden afgeschrikt door de eisen die het EBi stelt aan persoonsgegevens, met name de ID-nummers. De software voor de digitale inzameling van handtekeningen en de papieren formulieren zijn niet geschikt voor transnationale campagnes. Het is ons zelfs niet vergund om in contact te komen met onze achterban! Sommige van deze problemen zijn eenvoudig op te lossen. Andere vereisen politieke wil. Wij verzoeken u bovenal om de lidstaten te houden aan hun belofte om in 2015 de gestelde eisen met betrekking tot ID-nummers te schrappen.

Slechts drie van onze EBi’s zijn formeel geslaagd. We hebben hard gewerkt om bondgenoten en sympathisanten ervan te overtuigen dat het Europees Burgerinitiatief de moeite van hun inspanning waard was. Ze verwachtten actie. Ze kregen holle frasen. Succesvolle Burgerinitiatieven verdienen welgemeende aandacht, met inbegrip van beraad en overleg in het Parlement en de Raad via de gewone wetgevingsprocedure. Zonder uitzicht op een vervolgactie, zal niemand gebruik maken van het EBi. Het zal een loze belofte blijken. Als u oprecht toegewijd bent aan de voortzetting van het Europees Burgerinitiatief, moet de Commissie toezeggen dat zij als reactie op iedere succesvolle EBi met een zinvolle actie zal komen. Er is veel dat de Commissie kan doen, terwijl ze nog steeds binnen de grenzen van de EU-verdragen handelt.

Zie 12 Ways to Build an ECI that Works (12 manieren om een werkbaar EBi vorm te geven) voor een lijst met noodzakelijke hervormingen. U kunt onze verhalen ook lezen in An ECI that Works (Een EBi dat werkt!)

De brief is ondertekend door de volgende 21 Europese Burgerinitiatieven:

  1. Fraternité 2020 – Mobility. Progress. Europe (Fraternité 2020 – Mobiliteit. Vooruitgang. Europa).
  2. Water and sanitation are a human right! Water is a public good, not a commodity! (Water en sanitaire voorzieningen zijn een mensenrecht! Water is een publiek goed, geen handelswaar!).
  3. One of us (Eén van ons).
  4. Stop vivisection (Stop vivisectie).
  5. High Quality European Education for All (Onderwijs in Europa: voor iedereen en van hoge kwaliteit).
  6. Pour une gestion responsable des déchets, contre les incinérateurs (Voor een verantwoord beheer van afvalstoffen, tegen verbrandingsovens).
  7. Central public online collection platform for the European Citizen Initiative (Centraal openbaar online collectie platform voor het Europees Burgerinitiatief).
  8. 30 km/h – making the streets livable! (30 km per uur – maak onze straten leefbaar!).
  9. Single Communication Tariff Act (Eén wettelijk tarief voor Communicatie).
  10. Unconditional Basic Income (UBI) (Onvoorwaardelijk Basisinkomen / OBi).
  11. End Ecocide in Europe: A Citizens’ Initiative to give the Earth Rights (Stop Ecocide in Europa: een Burgerinitiatief om de Aarde Rechten te geven).
  12. Act 4 Growth (Stimuleer vrouwelijk ondernemerschap als strategie voor duurzame economische groei in Europa).
  13. Teach for Youth – Upgrade to Erasmus 2.0 (Onderricht voor Jongeren – upgrade naar Erasmus 2.0).
  14. European Initiative for Media Pluralism (Europees Initiatief voor Pluralisme in de Media).
  15. Weed like to talk (Wiet wil meepraten).
  16. European Free Vaping Initiative (Europees Initiatief om Vrij te Dampen).
  17. New Deal 4 Europe – For a European Special Plan for Sustainable Development and Employment (Een Nieuw Akkoord voor Europa – Een Bijzonder Europees Plan voor Duurzame Ontwikkeling en Werkgelegenheid).
  18. An end to front companies in order to secure a fairer Europe (Maak een einde aan dekmantelbedrijven om een eerlijker Europa mogelijk te maken).
  19. For a socially fair Europe! Encouraging a stronger cooperation between EU Member States to fight poverty in Europe (Voor een sociaal rechtvaardig Europa! Nauwere samenwerking tussen de EU-lidstaten om armoede in Europa te bestrijden).
  20. «On The Wire» Strengthening communication privacy between private individuals by law and namely wiretapping of lawyer-client communications (Wettelijke privacybescherming van communicatie tussen particulieren en vooral tegen het aftappen van communicatie tussen een advocaat en zijn cliënt.)
  21. One million signatures for the Minorities (Een miljoen handtekeningen voor de Minderheden).

13 april 2015 gepubliceerd op http://www.citizens-initiative.eu/letter-to-timmermans/

Vertaald uit het Engels door © Florie Barnhoorn


1. European Citizens’ Initiative (ECI) / Europees Burgerinitiatief (EBi); zie
http://ec.europa.eu/citizens-initiative/public/legislative-framework

2. http://en.wikipedia.org/wiki/Regulation_%28European_Union%29

Europa: 19 economen dringen in een brief aan de Financial Times bij de ECB aan op QE (geldverruiming) voor mensen

ECB

Het logo van de Euro staat voor het gebouw van de Europese Centrale Bank in Frankfurt.

In een brief die 27 maart 2015 verscheen in de Financial Times roepen 19 economen, waaronder Guy Standing, mede-oprichter van BIEN, de Europese Centrale Bank (ECB) op om een alternatief Quantitative Easing (QE) beleid te voeren.[1] De brief bevat een oproep om contant geld rechtstreeks over te maken naar burgers in de eurozone.

Als reactie op het plan van de Europese Centrale Bank (ECB) om de komende 18 maanden 60 miljard euro per maand in het financiële stelsel te injecteren, hebben 19 economen een brief aan de Financial Times ondertekend met het verzoek om een andere aanpak te overwegen, één waarvan zij denken dat die een meer efficiënte manier is om de economie in de eurozone te versterken. Uit de brief:

Uit onderzoek blijkt dat conventionele QE een onbetrouwbaar instrument is voor het stimuleren van het BBP (Bruto Binnenlands Product) of de werkgelegenheid. Onderzoek van de Bank of England toont aan dat het de welgestelde bevoordeelt, die baat heeft bij stijgende prijzen van activa, veel meer dan de armste.

De ondertekenaars bieden een alternatief:

Het nieuwe geld, gecreëerd door centrale banken van de eurozone, kan beter gebruikt worden voor de financiering van overheidsuitgaven (bijvoorbeeld door te investeren in hoognodige infrastructurele projecten) dan het te steken in de financiële markten; een ander alternatief is om elke burger in de eurozone gedurende 19 maanden een bedrag van € 175 per maand te geven, dat ze kunnen gebruiken om bestaande schulden af te lossen of te besteden zoals zij dat willen. Door bestedingen en werkgelegenheid direct te stimuleren zouden beide benaderingen veel effectiever zijn dan de ECB plannen voor conventionele QE.

Het plan om centrale banken contant geld te laten uitreiken aan burgers wordt vaak “kwantitatieve geldverruiming voor mensen” genoemd – een term bedacht door Steve Keen, een Australische econoom.

Prof. Steve Keen ondertekende de brief, samen met 18 andere economen, met inbegrip van verschillende pleitbezorgers voor een basisinkomen zoals de medeoprichter van BIEN Guy Standing, David Graeber, Frances Coppola en Lord Robert Skidelsky. Guy Standing schreef onlangs een artikel waarin hij een voorstel schetst hoe de ECB pilotstudies voor de introductie van een basisinkomen in Europa zou kunnen financieren:

“Maandelijkse betalingen kunnen worden verstrekt aan elke man, vrouw en kind in, zeg, vier proefgebieden, met als enige voorwaarde dat zij de betalingen zullen blijven ontvangen als zij in die gebieden wonen. Mensen zouden evenwel vrij zijn om te gaan en te staan waar zij willen. Het zou hen echter kunnen helpen om te blijven. Deze betalingen kunnen worden toegekend voor een periode van 12 of 24 maanden.”

Het aan BIEN gelieerde Unconditional Basic Income Europe (UBIE) sprak zich onlangs ook uit voor een soortgelijk voorstel in een persbericht, als “een pragmatische, directe route naar een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen in de eurozone.”

Hoewel het concept van “kwantitatieve geldverruiming voor mensen” en het basisinkomen gemeenschappelijke kenmerken hebben in de zin dat ze beiden voorzien in overdrachten van contant geld aan iedereen zonder voorwaarden, wordt kwantitatieve geldverruiming meestal niet opgevat als een permanente regeling. Het is eerder een maatregel voor de korte termijn die gericht is op het stimuleren van de vraag.

Hieronder volgt de volledige lijst met ondertekenaars:

  • Victoria Chick, University College London
  • Frances Coppola, Associate Editor, Piera
  • Nigel Dodd, London School of Economics
  • Jean Gadrey, University of Lille
  • David Graeber, London School of Economics
  • Constantin Gurdgiev, Trinity College Dublin
  • Joseph Huber, Martin Luther University of Halle-Wittenberg
  • Steve Keen, Kingston University
  • Christian Marazzi, University of Applied Sciences and Arts of Southern Switzerland
  • Bill Mitchell, University of Newcastle
  • Ann Pettifor, Prime Economics
  • Helge Peukert, University of Erfurt
  • Lord Skidelsky, Emeritus Professor, Warwick University
  • Guy Standing, School of Oriental and African Studies, University of London
  • Kees Van Der Pijl, University of Sussex
  • Johann Walter, Westfälische Hochschule, Gelsenkirchen Bocholt Recklinghausen, University of Applied Sciences
  • John Weeks, School of Oriental and African Studies, University of London
  • Richard Werner, University of Southampton
  • Simon Wren-Lewis, University of Oxford

Oorspronkelijk gepubliceerd op http://www.basicincome.org/news/2015/03/europe-quantitative-easing-for-people/ door
Stanislas-JourdanStanislas Jourdan, journalist en mede-oprichter van de Franse Beweging voor het Basisinkomen en coördinator van Unconditional Basic Income Europe (UBIE).

Vertaald uit het Engels door Florie Barnhoorn


1. Kwantitatieve versoepeling of vrijer vertaald kwantitatieve geldverruiming – in het Engelse financiële jargon aangeduid als “quantitative easing” – is vergroting van de geldvoorraad door een centrale bank door middel van de aankoop van effecten zoals staatsobligaties.